Wat is angst? En hoe help je je kind van angst af?

Moeilijk: Angst. Ik heb alles geprobeerd om ons kind destijds van angstige dromen af te helpen: dromenvangers, focussen, bij ons in bed, rondjes in de auto. Uiteindelijk kwam er een zelf bedachte oplossing: een ventilator die de naam “Rosita” kreeg. Zomer of geen zomer, Rosita snorde de angstgedachten voor het slapen weg. Top! Of niet?
Moet je dan je kind een ventilator geven als het last heeft van enge dromen? Was het maar zo simpel.

Vaak lees je dat angst een gevoel zou zijn, een emotie. Of dat angst veroorzaakt wordt door verkeerde gedachten; dus als je maar ‘positiever denkt’ dan gaat het over.
Afgaande op mijn ervaringen is dat geen van beide waar. Angst is geen emotie en geen gedachte.
Dat weet je als je de verkeerde strategieën loslaat op angst:
Als je angst erkent (de strategie* voor het voelen): “het lijkt me dat je daar bang voor bent he..” wordt een ervaring/emotie altijd eerst even groter en daarna kleiner.
(Denk maar aan een kind dat is gevallen en naar je toekomt voor troost: het gaat eenmaal op schoot eerst harder huilen, dan weer zachter tot het weer van je schoot hupt en het over is. Zo werkt het als je een ervaring/emotie erkenning geeft.)
Maar als je nu angst erkenning geeft, wordt het eerst wel groter maar niet meer kleiner. Angst gaat op die manier niet over.
Ook als je uitlegt (de strategie* bij het denken) aan jezelf waarom je echt niet bang hoeft te zijn, valt er meestal geen kwartje. Je kan denken wat je wilt, maar ook (en zelfs juist) intelligente mensen ervaren angst. Denken helpt dus niet. Wel kun je angst sterk voelen natuurlijk en hoor je jezelf van alles denken op angstige momenten.
De oorsprong van angst zit dus niet in je emoties of gedachten. Angst is van een wezenlijk andere oorsprong: het is een gebrek aan vertrouwen. Het komt dus uit het gebied van het ‘willen’*.

*(lees college)

Als je jezelf de vraag stelt wat je zou willen als je bang bent, wat wil je dan?
Ik wil dan het liefst dat iemand anders de boel overneemt en besluiten neemt, me helpt of redt.
Je wilt dus dat iemand anders handelt en dat je die ander kunt vertrouwen, want zelf ontbeer je het vertrouwen dat je kunt handelen. De uitdrukking luidt niet voor niets: je bent verlamt van angst.

Als iemand erg bang is, een paniekaanval heeft b.v. leg dan je hand net boven het stuitje en spreek langzaam en met lage stem (rustig maar, rustig maar e.d.). Je kunt zeggen dat hij/zij je hand voelt, dat je hand warm is b.v. Daarmee richt je de aandacht naar het gebied van het willen, waar de oplossing voor angst zit. Als iemand rustig wordt en je haalt te vroeg je hand weg, kan de paniek terugschieten. Leg gewoon je hand weer terug, spreek af en toe rustig en wacht zo nog een tijdje. Het werkt.

Een angstig kind help je dus niet door het te troosten, af te leiden, voor te bereiden, erkenning te geven voor de angst, uit te leggen waarom het niet bang hoeft te zijn etc. etc.

Een angstig kind help je door te handelen, door iets te doen.

Angst bestrijden werkt als een drietaps raket:
1 doe het voor je kind
2. doe het samen met je kind
3. je kind doet het zelf

Een voorbeeld:
Je kind durft geen geitje te aaien en is sowieso snel bang voor dieren.

1- doe het voor je kind: til je kind op en aai zelf het geitje, doe dit regelmatig of net zo lang en vaak tot je voelt dat je kind ontspannen is terwijl jij aait. Zeg eventueel wat je doet maar praat niet teveel, handel vooral. Als je praat zorg dan dat je stem laag en krachtig is en dat je langzaam spreekt, geen ‘kwasi opgewekt gekwetter’ dus.
2- aai de geit samen: pak de hand van je kind en aai samen de geit. Doe dit tot je kind ontspannen is en lacht b.v. Zorg dat je niet dwingt maar stuurt. Het kind mag wel even terugtrekken, maar als het dat blijft doen ga jij te snel.
3- loop samen naar de geit, laat je kind zelf lopen als het dat kan en laat het kind het tempo bepalen. Verwacht niks en geef je kind de ruimte om zelf de afstand tussen hem/haar en de geit te bepalen. Blijf in de buurt voor het geval dat de geit wat te enthousiast op je kind af loopt. (Grijp in dat geval voordat je kind bang kan worden in en til het op of neem het mee, schakel weer terug op het ’samen doen of het helemaal voor je kind doen’.) Zodra het kan laat je je kind weer los. Heb geduld. Straal vertrouwen en rust uit. Zorg dat je er van overtuigd bent dat het kind het kan en zelf gaat durven. Vertrouw dus op je kind zoals je kind op jou kan vertrouwen.

NB Laat je niet haasten door omstanders/ familie/ vrienden, die vinden dat je kind zich aanstelt en dat jij moeilijk doet e.d. Bescherm je kind tegen haast in dit proces en handel zoals hierboven beschreven. Het geheim zit in het sturen en handelen, niet in het afwachten en passief zijn. Geduld hebben en daadkracht ten toon spreiden bijten elkaar in principe. Om dat goed te doen kun je alleen maar uit proberen hoever je kind is. Beetje daadkracht erbij, beetje geduld er af en andersom. Fouten maken mag, stuur niet alleen je kind, maar ook jezelf bij als dat nodig is.

Welke vraag stel je?
Als je kind bang is, zou de vraag niet moeten zijn: wat wil het kind, maar wat kan ik (of wat kan het kind zelf) doen/ hoe kan er gehandeld worden, om het gebrek aan vertrouwen achter deze angst op te lossen? Dat is iets heel anders dan je concentreren op de oorzaak van de angst met als doel ‘de angst weg te nemen’.

Angst zelf verdient geen enkele aandacht!
In angst ‘an sich’ is niets te vinden. Ga in plaats van op zoek naar het begrijpen van de angst (strategie van het denken), op zoek naar het ontbrekende vertrouwen achter de angst, herstel dan dat vertrouwen. Daar is meestal naast ‘iets doen’ ook heel veel geduld voor nodig.

Rituelen

Rituelen geven de angst aandacht. Dromenvangers* en andere rituelen: ze bevestigen de angst. Eigenlijk zeg je daarmee; Ik weet het ook niet, eng he, maar dit ding gaat ons, machtelozen, tegen de angst beschermen. De boodschap: Dat rondje met die draadjes en veertjes kan dus meer dan mijn moeder/vader en daar moet ik in geloven. De angst is reëel en pappa en mamma zijn ook bang.
De angst en machteloosheid zijn bevestigd en dat wat je bevestigt, wordt altijd sterker en groter. (In positieve zin is dat uitstekend: Goed gedaan! Ga zo door! Je kan het!) Maar angst en negatieve dingen moeten nooit bevestigd worden en groeien, die moeten juist kleiner worden en verdwijnen.

Ga daarom ook liever niet voor het naar bed gaan de monsters wegjagen, de monsters bestaan helemaal niet. Bovendien: als je ze kunt wegjagen, kunnen ze ook weer terug komen toch?!

Karrevrachten vertrouwen en geduld
Schakel liever terug naar het vertrouwen. Jij vertrouwt er op dat je kind de angst uiteindelijk aan kan en kan laten verdwijnen op eigen kracht. Eerst met jouw kracht als hulp, dan samen en dan alleen/zelf.

We hebben al heel wat angstige kinderen leren slapen. Blijf eerst bij ze. Vaak aai ik ze in slaap bijv: hoofd, buikie, benen en je voetekes. Soms laat ik mijn hand heel lang liggen als ze met hun ogen beginnen te draaien en bijna in slaap vallen. Net zo lang tot ze vast slapen. Pas dan til ik mijn hand heel langzaam op, steeds minder gewicht van mijn hand op hun lijf. En dan ga ik weg.
Onze dochter vroeg eens of dat echt hielp dat slaap-aaien. “Viel je in slaap?” vroeg ik. “Ja!” zei ze. “Dan werkte het!” Frank doet het weer anders en dat gaat ook uitstekend. Het gaat er om dat je je eigen manier vindt om te handelen, dat je je eigen moed aanboort en put uit je reservoir geduld. Vind je eigen routine en handel vervolgens. Het maakt niet uit wat je doet, als je maar iets doet en nergens in gelooft (rituelen etc.), maar wel je vertrouwen overeind houdt. Dat is het enige dat je hebt en dat is meer dan genoeg om het varkentje te wassen.
Het kost wel kracht, elke keer weer. Besef dat alsjeblieft en laad je batterij weer op.

Wat is het verschil tussen ‘in-slaap-aaien’ en een dromenvanger?
Een dromenvanger is magie, je gelooft dat iets buiten jezelf ervoor kan zorgen dat je niet meer bang bent. Je vertrouwt dus niet op je eigen kracht of op die van je ouders, maar in een macht daarbuiten. Dat is heel erg eng, wat mij betreft. Want wat moet je als je toch weer een keer eng droomt? Dan stuurt die dromenvanger misschien wel die enge droom? Reken er maar op dat kinderen die enge dromen hebben een levendige fantasie bezitten en dus van alles bij elkaar kunnen verzinnen. Angstige verzinsels, die de angst weer voeden.
‘In-slaap-aaien” was een strategie, door mij verzonnen en uitgevoerd. Als het niet had gewerkt, was dat mijn schuld en had ik iets anders moeten verzinnen om te helpen. Daar is niets engs of magisch aan, dat vraagt alleen de moed om te proberen, te falen en weer te proberen.

Hoe zit het nou met Rosita?
Was Rosita een soort dromenvanger, of was het een strategie? Ik denk dat het een strategie was. Het was zelf bedacht door mijn kind en niet door iets buiten mij aangedragen als middel tegen de angst. Als het niet had gewerkt had er iets anders moeten worden gedaan en kon Rosita uit. Ik heb het voor de zekerheid nagevraagd: Het zoemen van Rosita was geruststellend, nog steeds denkt zijn brein bij een zoemende ventilator: slapen. Beetje lastig als je naar de tropen op vakantie gaat misschien, maar een goed idee voor een relax-reis;) Maar vooral: het werkte. Hij had zijn eigen daadkracht aangeboord (ik zet gewoon Rosita aan) en zo zijn eigen angst overwonnen.

Tot slot: Stel geen vragen aan je bange kind
De verleiding is groot je kind te vragen wat we eens zouden kunnen gaan doen tegen de angst. Nooit doen. Je kind heeft geen idee, anders had het dat allang gedaan. Je kind is ook het orakel van Delphi niet. Buiten dat leg je de oplossing voor de angst in het denken en daar komt de angst niet vandaan.

*(lees college)